ondertekenen

dr. Ab Klink

Voormalig minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, tegenwoordig hoogleraar zorg, arbeidsmarkt en politieke sturing aan de Vrije Universiteit van Amsterdam

Creatief meedenken over hervormingen en innovaties is een goede zaak. Het tilt ons uit boven de gebruikelijke agenda van bezuinigingen en nivelleringen. Een gerichte innovatieagenda kan veel geld opleveren, plus een modernisering van belangrijke dienstverlenende en toerustende instituties. Bovendien stelt het in staat om nieuwe producten uit de markt te gebruiken om op het sociale domein de dienstverlening te verbeteren (bijvoorbeeld gezondheidszorg en onderwijs). Dat is een van de redenen dat ik het manifest van professor Nico Baken heb ondertekend. De bespiegelingen over de toekomst van de zorg spreken me zeer aan. Immers, in die sector is veel verbetering te realiseren. Het is daarom zonde om te snel naar alleen een bezuinigingsagenda te grijpen.

Een van de verbeterkansen is vermindering van de overbehandeling, en dan niet alleen aan het eind van het leven. Sommigen spreken in dit verband van een soort ‘heroïsche geneeskunde’ om een patiënt ultiem te genezen en zo lang mogelijk in leven te houden. Meer en meer ontstaat het inzicht dat diagnosticeren en behandelen niet altijd de patient dienen.

Verder is er veel te winnen bij verbeteringen in de zorgverlening, die complicaties weten te vermijden: bijv. via investeringen in therapietrouw en medicatiereviews. Het is dan weer wel nodig om de fragmentatie in de zorg te ondervangen, want anders komen de besparingen die verbonden zijn met betere zorg niet van de grond.

Bij de langdurige zorg is het zaak om in het oog te houden dat met name aan de welzijnskant investeringen kunnen leiden tot minder snelle opnames in verzorgings- en verpleeghuizen (en ziekenhuizen). Valpreventie, het behoud van fysieke vermogens, eenzaamheidsbestrijding werken door in de zorg. Dat vergt dan weer wel dat schotten worden doorbroken, anders investeert de een terwijl de ander profiteert.

De gewenste innovaties in de zorg kunnen het best worden gerealiseerd op de manier die Nico in zijn manifest beschrijft: sectoroverstijgend. Schotten moeten worden, anders zijn de businesscases niet te realiseren. De fragmentatie moet bij de contractering van zorginstellingen verdwijnen.

Het bekostigingsstelsel moet meer gericht worden op gezondheidswinst en dan niet alleen via uitkomstindicatoren. Ook intelligente verbindingen tussen ondernemers en het sociale domein van de sociale dienstverlening kunnen het verschil maken. Het maakt dan natuurlijk niet uit, of innovaties afkomstig zijn van ibm of Philips. Als ze lonend zijn voor patiënt en samenleving, moeten ze een kans krijgen. Dan verbind je economie met zorg. Maar ook zorg en arbeidsproductiviteit zijn te verbinden. Dat is goed voor beide sectoren. Nieuwe technieken blijken arbeidsmarktbesparingen op te leveren. Als dan de dienstverlening óók nog op peil blijft, leveren innovaties in de zorg uiteindelijk collectief voordeel op.

Als dan ook de ecologische waarde een impuls kan krijgen via de innovatieagenda, is dat goed voor de huidige samenleving en de toekomstige generaties. Nederland loopt daarbij achter. Landen als Duitsland, Denemarken en Japan hebben serieus geïnvesteerd in duurzaamheid. Ze hebben daarmee een enorme voorsprong opgebouwd, ook al gaat een en ander gepaard met kinderziekten (ook in de regelgeving). Innovaties moeten gezocht worden op het raakvlak van economisch succes en maatschappelijke dienstbaarheid. Die twee met elkaar verbinden, én daarbij de institutionele randvoorwaarden scheppen, dát is een enorm belangrijke missie. Echter, op dat terrein is Nederland flink op achterstand gekomen, helaas.

Ik heb me begin 2000 al verbaasd, dat je met warmte-krachtkoppeling (wkk), groene daken en zonne-energie je energienota kunt verlagen, maar dat de banken die markt zo weinig aanboorden. De sectoroverstijgende combinatie van ecologisch denken, bancair denken en huisvestingsdenken is te weinig gemaakt. Daarom hebben energiebesparende producten veel te weinig kansen gekregen en is er te weinig een binnenlandse markt ontstaan. Er is té verkokerd gedacht. Dat wreekt zich.

Nico’s pleidooi voor het (binnenslands) gebruiken van (buitenslands) belegde pensioengelden bevat voor mij een verstandige lijn. Maar ook daartoe zijn partijen nodig, die zich sectoroverstijgend met elkaar willen laten verbinden. En de business case moet natuurlijk goed onderbouwd worden. Anders lukt het niet.

De voornaamste vraag is en blijft overigens, hoe deze herinrichting van de samenleving bij de burger ‘gebracht’ kan worden. Dat lijkt me een typisch geval van ‘goed voorbeeld doet goed volgen’. De illustraties van de nieuwe denkwijze moeten de zin van de innovaties uitstralen, bewijzen bijna. De politiek zou zich moeten buigen over institutionele randvoorwaarden. Business cases per domein zijn nodig, maar wel sectoroverstijgend. En natuurlijk moeten de innovatieve veranderingen onder de aandacht gebracht worden bij de politieke partijen.