ondertekenen

drs. Marlies Veldhuijzen van Zanten

Voormalig staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Ik zie een aantal belangrijke positieve aspecten aan het manifest van professor Nico Baken. In onze samenleving leeft veel te sterk de gedachte, dat ‘iemand’ de dingen wel voor ons regelt. Te weinig leeft de gedachte, dat je dat ook zelf kunt doen.

Wat je gerealiseerd wilt zien, kun je ook zelf ter hand nemen en organiseren. Maar dat besef is helaas ver van ons af komen te staan. De overheid heeft als ‘grote vader’ goed bedoeld heel veel voor ons geregeld.

We hebben daar verder weinig sturing op. Dat veroorzaakt een kloof tussen burger en overheid die mensen aan beide kanten ook het zicht ontneemt op hun mogelijkheden. We hebben de publieke diensten sectoraal georganiseerd via ministeries. De ministeries organiseren de sectoren vanuit de eigen perspectieven, bijvoorbeeld zorg en woningmarkt. Maar als je langdurig ziek bent en niet meer in je eigen huis kunt blijven wonen, begint het al te rammelen. Dan moet je, voor een oplossing, de hele weg terug volgen vanaf de zorg naar de woningmarkt en daar loop je dan vast in de sectorale regels die niet op elkaar aansluiten. De oplossing: sectoroverstijgende samenwerking. Die wordt door diverse transities gestructureerd maar kan ook door menselijk initiatief gebeuren.

Wat ver van ons is afgeduwd, wat ver van ons af is komen te staan, zou weer dichter bij de mens gebracht moeten worden. Neem het fenomeen ‘zorginstelling’. Daar bergen we in feite pijn, ouderdom, handicaps en dementie op in de rand van de samenleving, buiten aanrakingsbereik. Dat zie ik als verarming, want ook gezonde mensen moeten leren omgaan met ziektes en tegenslag. Als we maar oud genoeg worden krijgen we gemiddeld drie chronische ziekten op het eind en de enige manier om dat te voorkómen, is om voor die tijd te overlijden.

In de praktijk zie je bijvoorbeeld, dat iemand die op zijn 80e jaar voor het eerst ziek wordt, het daar moeilijk mee heeft. Wie altijd al ziekte kent en ermee heeft leren omgaan is veerkrachtiger. De vraag is dus: hoe bouwen we veerkracht op? Daar hoort volgens mij bij de bereidheid en de moed om te gaan met tegenslagen en om risico’s niet alleen maar te mijden.

Die gedachten zijn voor mij overwegingen geweest om het manifest van professor Nico Baken te ondertekenen. Iedereen herkent in zijn essay wel iets van zijn eigen passie. Dat geldt ook voor mij. Ik wil graag dat elke individuele mens het gevoel heeft: het is mijn zorg, het is mijn onderwijs, het is mijn financiële systeem, het is mijn land. En als ik iets kan bijdragen om het beter te maken, dan doe ik dat.

Ik vind Nico’s initiatief dapper en eerlijk. Hij neemt het voortouw. Zijn manifest roept op tot individuele en positieve inzet. De burger moet dus niet zeggen: ‘Het moet anders’. Nee, hij moet zeggen: ‘Ik ga het anders doen’.

Ik zeg niet dat ons systeem niet deugt. Dat niet. Maar het evenwicht is, gezien de situatie waar we in zitten, even uit balans: tussen afstandelijk en nabij, tussen groot en klein, tussen regelen en vertrouwen. Daarbij mag iedereen zich continu afvragen, hoe hij de samenleving een stapje verder kan helpen en zelf het goede voorbeeld geven. Hij mag laten zien, hoe het kan of hoe het moet. Dát is de boodschap van het manifest.

Zijn concrete voorstellen zijn niet allemaal direct praktisch uitvoerbaar, maar dat doet niets af aan het voortreffelijk appel. Het appel is: stroop je mouwen op en kijk niet alleen naar anderen. Breng in de samenleving dwarsverbanden aan, dwars door de sectorale top-downlijnen heen. Wil niet alleen terugvallen op bestaande koepels en instituties, maar voeg zelf nieuwe sectoroverstijgende dimensies toe. Het is een oproep tot eigen initiatief en tot positief constructief handelen. Dat zie ik als belangrijk element om veerkracht mee op te bouwen en daarom vind ik Nico's manifest waardevol.