ondertekenen

drs. Michel van Schaik

Directeur gezondheidszorg bij de Rabobank, medeauteur van drie succesvolle boeken over innovaties in de zorg

Als Rabobank zijn wij sterk betrokken bij de innovatie van de gezondheidszorg in ons land. We verstrekken immers financieringen aan instellingen in de gezondheidszorg, ten behoeve van hun dagelijkse bedrijfsvoering en bouwactiviteiten. We willen daarbij van cliënten en stakeholders altijd graag hun transitieagenda horen. Als directeur gezondheidszorg bij de Rabobank heb ik daarover, met anderen, in het nabije verleden al diverse boeken gepubliceerd. ‘Diagnose 2025’ (2010) was een toekomstverkenning van de gezondheidszorg in ons land. ‘Diagnose Diabetes 2025’ (2012) was een nadere uitwerking daarvan.

Het recente ‘Diagnose Zorginnovatie’ (2013) bevat een concrete innovatieagenda voor de zorg in ons land. Daarin wordt vooral beschreven, hoe zorgaanbieders meer waarde kunnen creëren voor de burger. Onze insteek is, dat de burger/patiënt het middelpunt moet worden van onze gezondheidszorg en dat op grond van dat uitgangspunt de hele sector fundamenteel moet worden getransformeerd. Die opvatting ligt dus in het verlengde van het manifest van professor Nico Baken. Vooral ons boek ‘Diagnose Zorginnovatie’ gaat uit van het paradigma, dat je niet het ‘zorg instituut’ centraal moet stellen, maar de burger. Als je die burger ondersteunt met informatie en goede technologie, kan hij in de fase vóórdat hij ooit patiënt wordt, al heel veel doen qua gedrag en levensstijl om te voorkomen dat hij überhaupt patiënt wordt. En als hij dan tóch patiënt wordt, kan hij met behulp van technologie in staat worden gesteld om zichzelf zo veel mogelijk te redden.

Wij gaan dus uit van méér zelfredzaamheid bij de gezonde en de zieke mens. De gezondheidszorg in Nederland zou daaromheen gebouwd moeten worden. We zitten in Nederland in een ziekenzorgmodel, terwijl we eigenlijk een voorzorgmodel of vitaliteitsmodel zouden moeten hebben. Immers, de burger kan veel meer zelf doen. Hij kan veel meer eigen verantwoordelijkheid nemen. Nu hebben we de eigen verantwoordelijkheid voor zijn zorg en zijn gezondheid grotendeels weggenomen door risico’s op dat gebied in collectieve arrangementen af te vangen. Dat moet en kan anders, vind ik. In contacten met onze cliënten en stakeholders merken we vaak, dat er veel weerstand is tegen die transitieagenda. Men blijft liever denken vanuit het instituut, en niet vanuit de patiënt. Maar het zal er uiteindelijk toch op uitdraaien, dat grote ziekenhuizen en zorginstellingen krimpen of verdwijnen, ten gunste van netwerkstructuren of ondersteuningsstructuren. Dat is beter dan grote instituten overeind houden.

Ik heb Nico’s manifest ondertekend, omdat we als bank betrokken zijn bij de ontwikkelingen rond gezondheidszorg. We willen door die ondertekening óók uitdragen dat de gezondheidssector duurzaam kan worden ingericht. We zien veel verbeterpotentie ten opzichte van hoe het nu geregeld is en we pogen daarin te sturen. Een optimale gezondheidszorg is goed voor de patiënt, maar ook voor onze economie, én voor de arbeidsproductiviteit van de Nederlandse werknemer. Het past in die zin dus ook in de coöperatieve filosofie van de Rabobank.

Ik ben het overigens niet met Nico eens, dat Nederland in de komende jaren ‘gratis’ de crisis zou kunnen ontstijgen. Als je ruimte voor vernieuwing wilt creëren, moet je het oude (deels) afbreken. Dat gaat gepaard met kapitaalvernietiging en verlies van arbeidsplaatsen. Wij noemen dat ‘creatieve destructie’. Er zijn dus altijd kosten mee gemoeid en natuurlijk pijnlijke consequenties voor mensen die hun baan kwijtraken. In ziekenhuisgebouwen en in verpleegen verzorgingstehuizen zit veel overcapaciteit. Die zal versneld moeten worden afgeschreven en dat kost geld. Maar dat zullen we ervoor over moeten hebben. We komen in de Nederlandse gezondheidszorg uit een pater-systeem, we beleven nu het ego-systeem en we moeten naar een eco-systeem. In dat eco-systeem zal de vraag van de burger centraal staan.

Die transitie van ons zorgsysteem is onontkoombaar. Zonder veranderingen wordt het immers onbetaalbaar. Maar we halen ook niet de maximale waarde uit de aan zorg geinvesteerde middelen. Het systeem is op een aantal vlakken doorgeschoten en er is in de loop der tijd onvoldoende geïnnoveerd. Innovatie en ondernemerschap zijn nodig. Zorgaanbieders en hun stakeholders moeten zich afvragen: ‘Waarmee help ik de burger het meest?’. Er moet innovatief worden nagedacht over nieuwe verdienmodellen. Misschien is de huidige financieel-economische crisis daarom wel een ‘blessing in disguise’. Oude instituten komen onder druk te staan en er komen nieuwe aanbieders voor terug. Zie het voorbeeld van de nieuwe thuiszorgorganisatie Buurtzorg: Weg van de instituties, terug naar de wijk (red: zie ook het interview met Marlies Veldhuijzen van Zanten). Korte lijnen, kleinschaligheid. Gelukkig zie ik steeds meer van dergelijke zorginnovaties. Zo wordt veel meer waarde geboden aan de burger én de zorgprofessionals voor minder geld. Het manifest van Nico Baken onderschrijft de noodzaak van dit soort innovaties, onder meer in de gezondheidszorg. Ik zie dat stuk dan ook als een visiedocument, dat ónze boodschap ondersteunt.